Voordat je je eerste solovlucht uitvoert dien je in bezit te zijn van een medische verklaring (MED.A030). Je bent dan immers gezagvoerder. Gemiddeld vind je “first solo” plaats na 15 vlieguren, dus er is geen haast voor een medische keuring. Als privévlieger mag je bijvoorbeeld een bril met een bepaalde sterkte hebben, maar als je zeker wilt weten of je medisch geschikt bent voor een vliegbrevet kan je je al eerder laten keuren.

Voor een LAPL(A) brevet bestaat er de LAPL keuring. Voor het RPL(A) en PPL(A) brevet dien je een klasse II keuring te ondergaan bij een Aeromedical Center (MED.A.040). Kijk hier voor de lijst en kies er 1 in de buurt.

Er bestaan initiële- en herhalingskeuringen. De frequentie van de herhalingskeuringen is afhankelijk van je leeftijd en type keuring (MED.A.045).

Als bij de keuring bepaalde aandoeningen geconstateerd worden of als er in het verleden medische zaken aan de orde zijn geweest die de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen, dan kan het ILT extra onderzoek eisen of documenten opvragen. Ook kan het ILT een beoordeling laten plaatsvinden door een examinator tijdens een vlucht. Denk hierbij aan praktische beoordelingen zoals ogen, oren en vitaliteit. Wij nemen deze checks objectief af en koppelen dat terug naar de keuringsarts waarna het ILT een beslissing neemt.

Inzage in de gehele Part-MED kan je op onze KIWA/CBR/ILT pagina vinden.

Eisen voor medische certificaten

 
  1. Een leerlingpiloot mag niet solo vliegen tenzij hij over een medisch certificaat beschikt dat voor het betreffende bewijs van bevoegdheid vereist is.
  2. Aanvragers en houders van een bewijs van bevoegdheid voor het besturen van lichte vliegtuigen (LAPL) dienen ten minste over een medisch certificaat voor LAPL te beschikken.
  3. Aanvragers en houders van een bewijs van bevoegdheid als privévlieger (PPL), een bewijs van bevoegdheid als zweef­ vlieger (SPL) of als bestuurder van luchtballons (BPL) dienen ten minste over een medisch certificaat klasse 2 te beschikken.
  4. Aanvragers en houders van een SPL of een BPL die zich bezighouden met commerciële zweef- of ballonvluchten moeten minstens over een medisch certificaat klasse 2 beschikken.
  5. Indien aan een PPL of LAPL een nachtklassering wordt toegevoegd, mag de houder van het bewijs van bevoegdheid niet kleurenblind zijn.
  6. Aanvragers en houders van een bewijs van bevoegdheid als beroepsvlieger (CPL), meervlieger (MPL) of verkeersvlieger (ATPL) moeten over een medisch certificaat klasse 1 beschikken.
  7. Indien aan een PPL een bevoegdverklaring instrumentvliegen wordt toegevoegd, moet de houder van het bewijs van bevoegdheid audiometrisch onderzoek met zuivere tonen ondergaan in overeenstemming met de periodiciteit en de norm die voorgeschreven is voor houders van medische certificaten klasse 1.
  8. Een houder van een bewijs van bevoegdheid mag op geen enkel moment over meer dan één medisch certificaat beschikken dat in overeenstemming met dit deel is verstrekt.
  1. Een medisch certificaat mag uitsluitend worden afgegeven, verlengd of hernieuwd afgegeven als de vereiste medische onderzoeken zijn afgerond en de aanvrager als geschikt is beoordeeld.
  2. Eerste afgifte
    1. Medische certificaten klasse 1 worden door een luchtvaartgeneeskundig centrum afgegeven.
    2. Medische certificaten klasse 2 worden door een luchtvaartgeneeskundig centrum of een bevoegde keuringsarts afgegeven.
    3. Medische certificaten voor LAPL worden afgegeven door een luchtvaartgeneeskundig centrum, een bevoegde keu­ ringsarts of een huisarts, indien dit is toegestaan bij de nationale wetgeving van de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft.
  3. Verlenging en hernieuwde afgifte
    1. Medische certificaten klasse 1 en klasse 2 worden verlengd of hernieuwd afgegeven door een luchtvaartgeneeskun­ dig centrum of een bevoegde keuringsarts.
    2. Medische certificaten voor LAPL worden verlengd of hernieuwd afgegeven door een luchtvaartgeneeskundig cen­ trum, een bevoegde keuringsarts of een huisarts, indien dit is toegestaan bij de nationale wetgeving van de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft.
  4. Het luchtvaartgeneeskundig centrum, de bevoegde keuringsarts of huisarts mogen uitsluitend een medisch certificaat afgeven, verlengen of hernieuwd afgeven indien:
    1. de aanvrager een volledige medische geschiedenis heeft overgelegd alsmede indien geëist door het luchtvaart­ geneeskundig centrum, de keuringsarts of de huisarts, voor zover van toepassing de resultaten van medische onderzoeken en tests uitgevoerd door de huisarts van de aanvrager of eventuele medische specialisten;
    2. zij de luchtvaartmedische beoordeling hebben uitgevoerd op basis van de luchtvaartmedische onderzoeken en tests die voor het relevante medische certificaat vereist zijn om na te gaan of de aanvrager aan alle relevante eisen van dit deel voldoet.
  5. De bevoegde keuringsarts, het luchtvaartgeneeskundig centrum of, in het geval van verwijzing, de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft, kan van de aanvrager verlangen aanvullende medische onderzoeken en beoordelingen te ondergaan, indien hiertoe klinisch aanleiding bestaat.
  6. De autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft, mag een medisch certificaat afgeven dan wel opnieuw afgeven, indien:1) een geval is doorverwezen;
    2) deze heeft vastgesteld dat correcties van de informatie op het certificaat noodzakelijk zijn.

a) Geldigheid

  1. Medische certificaten klasse 1 zijn geldig voor de duur van twaalf maanden.
  2. De geldigheidsduur van medische certificaten klasse 1 wordt tot zes maanden beperkt voor houders van bewijs van bevoegdheid die:
    1. commerciële passagiers vluchten uitvoeren op een-vlieger gecertificeerd luchtvaartuig en die de leeftijd van 40 hebben bereikt;
    2. de leeftijd van 60 hebben bereikt.
  3. Medische certificaten klasse 2 zijn geldig voor de duur van:
    1. 60 maanden tot de houder van bewijs van bevoegdheid de leeftijd van 40 bereikt. Een medisch certificaat dat wordt verstrekt vóór het bereiken van de leeftijd van 40 is niet meer geldig wanneer de houder van bewijs van bevoegdheid de leeftijd van 42 bereikt;
    2. 24 maanden in de leeftijdscategorie van 40-50 jaar. Een medisch certificaat dat wordt verstrekt vóór het bereiken van de leeftijd van 50 is niet meer geldig wanneer de houder van het bewijs van bevoegdheid de leeftijd van 51 bereikt; en
    3. twaalf maanden voor de houder van het bewijs van bevoegdheid ouder dan 50 jaar.
  4. Medische certificaten voor LAPL zijn geldig voor de duur van:
    1. 60 maanden tot de houder van het bewijs van bevoegdheid de leeftijd van 40 bereikt. Een medisch certificaat dat wordt verstrekt vóór het bereiken van de leeftijd van 40 is niet meer geldig wanneer de houder van het bewijs van bevoegdheid de leeftijd van 42 bereikt;
    2. 24 maanden voor de houder van het bewijs van bevoegdheid ouder dan 40 jaar.
  5. De geldigheidsduur van een medisch certificaat, met inbegrip van bijbehorend onderzoek of speciale beoordeling, wordt:
    1. bepaald door de leeftijd van de aanvrager op de datum waarop het medisch onderzoek plaatsvindt; en
    2. in het geval van eerste afgifte en hernieuwde afgifte berekend vanaf de datum van het medisch onderzoek, en in het geval van verlenging vanaf de vervaldatum van het voorgaande medisch certificaat.

b) Verlenging

Onderzoeken en/of beoordelingen voor de verlenging van een medisch certificaat mogen worden uitgevoerd tot 45 dagen voor de vervaldatum van het medisch certificaat.

c) Hernieuwde afgifte

  1. Indien de houder van een medisch certificaat niet aan (b) voldoet, is een onderzoek en/of beoordeling voorhernieuwde afgifte vereist.
  2. In het geval van medische certificaten klasse 1 en klasse 2:
    1. indien het medisch certificaat meer dan 2 jaar is verlopen, mag het luchtvaartgeneeskundig centrum of de bevoegde keuringsarts het onderzoek voor hernieuwde afgifte uitsluitend uitvoeren na beoordeling van de luchtvaartmedische dossiers van de aanvrager;
    2. indien het medisch certificaat meer dan 5 jaar is verlopen, zijn de onderzoekseisen voor eerste afgifte van toepassing en wordt de beoordeling gebaseerd op de verlengingseisen.
  3. In het geval van medische certificaten voor LAPL, moet het luchtvaartgeneeskundig centrum, de bevoegde keurings­ arts of de huisarts de medische geschiedenis van de aanvrager beoordelen en het luchtvaartmedische onderzoek en/of de luchtvaartmedische beoordeling uitvoeren in overeenstemming met MED.B.095.